Reanimatie door ds. Lucias de Haan

Op Weg 2026-03
door: Ds. Lucias de Haan

Reanimatie

Deze overdenking gaat over iets anders dan dat de titel wellicht doet vermoeden. Ik werd getriggerd door het woord in een essay van ds. Kees van Ekris, de scriba van de landelijke Protestantse Kerk. Her-zielen, maar die vertaling klinkt niet zo mooi. Van Ekris schrijft over verhalen die je hart even stilzetten, om je vervolgens te reanimeren: “dat er een andere anima in je bestaan ruimte krijgt”.

 

Het haakte bij mij door een recente ervaring. Ik had onlangs het voorrecht enkele dagen met vrienden in een klooster te verblijven. We waren te gast in de Paulusabdij in Oosterhout, bij de oecumenische gemeenschap Chemin Neuf. We (her)lazen samen ‘Eindelijk thuis’ van Henri Nouwen, er was ruimte voor persoonlijke bezinning en er was abdijbier om ’s avonds de andere grote zaken des levens bij te bespreken. Ondertussen vierden we de gebedsdiensten mee in het ritme van de gemeenschap. Dat het eerste ochtendgebed hier pas om 9.00 uur plaatsvindt vond ik niet erg…

 

Drie keer per dag wordt het dagelijks leven onderbroken voor het gebed. In de ochtend, rond de middag een eucharistieviering en ’s avonds voor het diner een klein uur van stille aanbidding. Het kwam opnieuw bij mij binnen hoe waardevol dat ritme kan zijn. Je gaat niet pas bidden of vieren op het moment dat jij daar aan toe bent, je werk klaar is, je daar zin in hebt of je gevoel daar naar staat: maar omdat het tijd is. Soms zongen of lazen we lange teksten, maar je daar over opwinden heeft op zo’n moment totaal geen zin. Je mag je laten meevoeren in het ritme en het ritueel.

 

De leden van de gemeenschap dragen tijdens deze momenten een albe, een wit liturgisch kleed. Onze gastheer was tevens klusjesman en onder zijn albe zag je zijn werkbroek en werkschoenen. Ik moest er een beetje om glimlachen, want hoe mooi eigenlijk: duidelijker kun je niet laten zien dat je het dagelijks leven onderbreekt voor het gebed en de aanbidding.

 

 

Het zette mij weer even stil. Want in mijn dagelijks leven wil dat ritme nog wel eens ontbreken, of wacht ik met bidden totdat ik daar voor ‘mijn gevoel’ (wat dat ook moge zijn) aan toe ben. Hier besefte ik weer: het kan ook andersom…

Voor de avondmaaltijd is de derde viering van de dag: een moment van stille aanbidding. Deze begint en eindigt met een kort lied. De priester plaatst de hostie – als het lichaam van Christus – zichtbaar in de monstrans (zilveren houder) op het altaar en daarna is het vijftig minuten stil… In de stilte kunnen je gedachten alle kanten op gaan, of tel je de ramen van de kapel. Uiteindelijk gingen mijn gedachten toch naar dat stukje brood dat herinnert aan Jezus’ lijden en sterven. Stel het je overigens ook weer niet te streng en vroom voor. Je mocht de stilte ook gebruiken om iets te lezen of aantekeningen voor jezelf te maken. Ook de priester ging na verloop van tijd lezen en zat zelfs even op zijn smartphone wat te lezen. Dat heeft ook wel weer wat moois en ontnuchterends.

 

Mij raakte misschien wel het meest dat het een moment van gewoon daar mogen zijn was. Niets hoeven, maar er zijn. Een plek dicht bij het vaderhart van God, om in de stijl van Henri Nouwens uitleg van de gelijkenis van de verloren zoon te blijven. En het klooster, de kerk als een plek waar het uitgangspunt is: God is er. Die drie woorden kun je ook in een andere volgorde zetten. Bij tijden ligt dat mogelijk meer voor de hand: is God er? Het kwam bij me binnen dat ik die neiging misschien wel vaker heb, en herken in onze traditie en kerk. Beginnen bij de twijfel en de worsteling. Maar wat als je als uitgangspunt mag nemen: God is er – en laat dan daarna de vragen en de worstelingen maar komen. In die volgorde. Zo viel er genoeg te overdenken en te ontvangen tijdens die stille aanbidding. Alsof ik even stil werd gezet om opnieuw ruimte te geven aan die andere anima. Verwondering over Jezus, die zich liet breken om ons leven te geven. Een werkelijk echt nieuw leven. Laat dat verhaal ons mogen stilzetten en (opnieuw) bezielen in deze Veertigdagentijd.

 

Magnificat anima mea Dominum.

Et exultavit spiritus meus in Deo salutari meo.

 

“Mijn ziel prijst en looft de Heer,

mijn hart juicht om God, mijn redder.”