Afscheid nemen – maar niet uit het hart door ds. J. Schep

Ds. Jan Schep
Op Weg 2025-14
door ds. J. Schep

Afscheid nemen – maar niet uit het hart

“Ik ben ervan overtuigd dat Hij, die dit goede werk bij jullie begonnen is, het ook zal voltooien tot op de dag van Jezus Christus”

Filippenzen 1: 6

‘Er is een tijd van komen en een tijd van gaan en die tijd van gaan is nu gekomen’. Een gezegde dat wordt toegeschreven aan Toon Hermans, maar wat in onze vriendenkring ook al jaren in gebruik is. Zo voelt het ook bij dit afscheid van het werk in de gemeente van Beilen. Vanaf 1 februari – vlak voor het vertrek van Ds. Magda Hazeleger – tot aan de komende zondag 31 augustus mocht ik bij u, bij jullie werkzaam zijn. Eerst in wijk Oost (nu Zuid) en later in het ouderenpastoraat, eerst samen met Ds. Gerrit van den Dool en later alleen. Blij zijn we samen met de komst van drs. Gerrit Vennik en het was goed dat inwerken en afscheid nemen elkaar wat overlapte – zeker nu ik een paar maanden uit de roulatie was.

 

‘Afscheid nemen – maar niet uit het hart’, dát werd mij door de redactie als titel gesuggereerd, toen ze mij benaderden voor de open plek in het meditatierooster. Dat laatste kan ik alleen maar bevestigen, want in die afgelopen tijd hebben we samen zowel in de ‘gewone’ wijk als in het ouderenpastoraat veel meegemaakt. Het liefst wil je als pastor iedereen een keer bezoeken, maar zoals zo vaak begin je wel bovenaan je lijstje, maar verspringt de blik al heel gauw naar daar ‘waar wat aan de hand is’ totdat je aan een ‘nieuw’ bezoek bijna niet meer toekomt. Het zij zo…

 

Paulus schrijft de geciteerde verzen aan de christenen in Filippi, een kleine gemeente door hem zelf gesticht – de eerste ‘kerk’ in Europa; we lezen erover in Handelingen 16 – en in die brief lezen we ook dat ze hem na aan het hart liggen. Of er al sprake is van een naderend afscheid weet ik niet, maar hij wil aan hen meegeven dat God hen nooit zal loslaten. Er is iets moois – een goed werk – bij hen begonnen en dat ‘project’ van de hemelse Vader zal zeker door blijven gaan. Door de zorg en liefde van God zelf en ook door de zorg van de mensen die Paulus zullen opvolgen.

Bij het schrijven moest ik denken aan mensen als Mozes en Elia. Mozes moest vlak voor het beloofde land de staf overdragen aan Jozua en hij gaf hem als bemoediging mee: ‘Wees sterk en moedig, want de Heer, je God, gaat met je, overal waar je gaat’ (Jozua 1: 9 – NBG’51). Daarna mocht Jozua met het volk het nieuwe land binnen gaan. En God ging mee, ging voorop.

Elia maakte de omgekeerde beweging en trok met zijn opvolger Elisa naar het Overjordaanse. Nadat hij in een wagen van vuur naar de hemel was weggevoerd – en Elisa mocht het allemaal zien – bleef zijn mantel achter op de grond. Elisa raapte hem op als een mooi aandenken en zo werd die mantel een symbool van Gods zorg voor zijn volk.

Het punt van vergelijking is Gods zorg voor zijn volk, voor zijn gemeente en Paulus is daar zo van overtuigd, dat hij de jonge christenen in Filippi dit hart onder de riem steekt: ‘Hij gaat door met Zijn goede werk tot Jezus terugkomt’ en een paar verzen later schrijft hij opnieuw over die dag van Christus ‘jullie zullen vrucht dragen tot lof en eer van God’.

 

Werkers in de gemeente komen en gaan, maar de blijvende, drijvende kracht wordt ons van boven gegeven en mag zichtbaar zijn in hoe we met elkaar omgaan hoe we moeilijke momenten weer te boven komen, hoe er aandacht mag zijn voor iedereen die het moeilijk heeft en hoe er ook voldoende zorg en aandacht is voor hen, die in een eerdere periode van hun leven zoveel hebben bijgedragen aan het samen gemeente-zijn.

 

Bij dit ‘gaan’ is het goed om niet teveel terug te kijken, maar vooral vooruit te zien en erop te vertrouwen dat we niet alleen gaan.

 

‘Moge de HEER u zegenen en u beschermen,
Moge de HEER het licht van Zijn gelaat over u doen schijnen
en u genadig zijn,
Moge de HEER u Zijn gelaat toewenden
en u Vrede geven’!

 

Deze en andere berichten van onze predikanten verschenen in ons kerkblad Op Weg.

Klik hier om meer te lezen.