Op Weg 2026-06 Door: ds. Thurkow-Wierenga
Is Pinksteren voorbij?
Het is Pinksteren geweest. Ik zal niet zo ver mis zijn als ik denk: Pinksteren is het meest onbekende feest op de kalender. Twee dagen vrij, dat is het dan wel voor heel veel mensen. Maar waarom we vrij hadden? Geen idee. Trouwens, dat is niet alleen nu zo. Meer dan vijfenzestig jaar geleden, toen ik op het gemeentelijk gymnasium in Assen zat, wist ook niemand in de klas wat Pinksteren was. En ik, als christelijk meisje, mocht dat dan vertellen. En dat deed ik dan, met een vuurrood hoofd.
Nee, vroeger was het al niet veel anders dan nu. En dat, terwijl Pinksteren het feest is waarop alle andere feesten samenkomen. Kerst, Pasen, Hemelvaart. Het verhaal van Jezus, dat met Pinksteren de wereld ingaat. Want het is voor alle mensen bestemd.
Het verhaal van Jezus. Zijn geboorte. Zijn rondreis door het land samen met zijn leerlingen. Zijn dood. En het verhaal is daarmee niet uit. Want Hij stond op uit de dood, en was op momenten weer samen met zijn leerlingen. En dan zijn afscheid, na veertig dagen. En zijn belofte: Ik laat je niet in de steek. Mijn Geest zal jullie vervullen.
En dat gaat dan gebeuren, op de vijftigste dag na Pasen. Het wordt Pinksteren! Het wordt tijd! Het wordt tijd om de Geest te krijgen. Want wij mensen moeten aan de slag. In het spoor van Jezus’ leerlingen. In het spoor van Jezus zelf. Doen wat Hij deed.
Pinksteren. De Geest krijgen. Met een hoofdletter. De Heilige Geest die over Jezus kwam bij zijn doop in de Jordaan, en op Hem neerdaalde als een duif. De Geest met een hoofdletter, die op de leerlingen neerdaalde op die vijftigste dag: Pinksteren! Die dag dat hun Heer Jezus zijn Geest met hen deelde. En waarom? Omdat de Heer wil dat we Hem volgen. In zijn spoor gaan.
En wat is dat dan, Jezus volgen? In zijn spoor gaan? Dat is: in je leven doen wat Hij deed. Doen wat goed is voor de mensen om je heen. Er zíjn. Aanwezig. Betrokken.
En wat zou dat dan kunnen zijn? Het woord ‘Pinksteren’ brengt ons op het spoor. Want ‘Pinksteren’ betekent ‘vijftig’. De vijftigste dag, direct na de zeven weken vanaf Pasen. Zeven, het getal van de volheid. En de Bijbel vertelt ons over zeven gaven die door de Geest worden uitgedeeld. Om een paar te noemen: inzicht, goede raad, standvastigheid, eerbied voor God. Gaven van de Geest, waar we zelf aan kunnen groeien. Gaven, waarmee we een ander kunnen helpen.
Goede gaven zijn er immers niet alleen maar om te koesteren, om ze voor onszelf te houden. Nee, wat kúnnen we ermee. Jezus roept het ons toe: Dóe er wat mee! Aan die ander die er óók is, in jouw omgeving. Weet wat délen is. Gaven delen.
Maar: gun ook jezélf de tijd om te groeien aan die goede gaven die God je heeft gegeven. Wijsheid, standvastigheid, eerbied voor God – je hebt er ál je levensdagen voor nodig om ze te leren. En ze te dóen!
Met Pinksteren roept Jezus ons op zijn spoor te volgen. Om in zijn Geest, zijn geestkracht, in de wereld te staan. Met die gaven, zevenvoud, die we ook heel simpel kunnen samenvatten in de grote drie: geloven en hopen en liefhebben.
En dus is Pinksteren nooit voorbij! Het is altijd Pinkster-tijd. Tijd van leven om te delen met onze medemensen wat Jezus zijn leerlingen toevertrouwd heeft. Geestesgaven. Geloven en hopen en liefhebben.
En wij zelf worden daar ook rijker van.
Pinksteren is nooit voorbij!
Geest van hierboven,
leer ons geloven,
hopen, liefhebben door uw kracht. (Lied 675)